In de Nederlandse rechtspraak komt vaker partijdigheid van rechters voor dan men zou verwachten. In ons land ontbreekt namelijk een wettelijk verankerde regeling voor de toewijzing van rechtszaken, essentieel voor rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Pas in 2019 werd een informele Code Zaakstoedeling ingevoerd, vastgesteld door gerechtsbesturen zonder
parlementaire grondslag [2]. Dit systeem laat ruimte voor ad hoc beslissingen en discretionaire inmenging, zoals aangetoond in de strafzaak tegen Geert Wilders [2].

Dat dit in de praktijk tot partijdigheid kan leiden blijkt ook uit de ‘Chipshol-affaire’. In die affaire heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 25 maart 2025 bekendgemaakt dat de Haagse rechtbank jarenlang partijdig was in diverse zaken die liepen tussen Chipshol en de Nederlandse Staat. Ook het onderzoeksplatform Follow the Money heeft onlangs aangekaart dat partijdigheid in
Nederland op de loer ligt door ‘lobbycratie’ in het artikel ‘Haagse rechter, topambtenaren, bestuurders en ceo’s zitten in dezelfde club, zonder dat iemand het weet’ van 13 mei 2025.

Om partijdigheid en inmenging van perverse belangen in rechtszaken te voorkomen, wil de LP dat rechters zaken krijgen toegewezen via een objectief en transparant proces.