STATUTEN der LIBERTARISCHE PARTIJ

Aangenomen op 28 november 2015

 

Artikel 1 De vereniging

De vereniging draagt de naam “Libertarische Partij” en zal hierna worden aangeduid als “de partij”. De naam van de partij kan worden afgekort tot “LP”. De partij heeft haar zetel te ’s-Gravenhage. De partij is opgericht op twintig oktober negentienhonderddrieënnegentig en is haar verenigingsverband aangegaan voor onbepaalde tijd.

 

Artikel 2 Doel en middelen

1. De partij stelt zich ten doel de toepassing te bevorderen van de libertarische beginselen. Deze beginselen worden nader omschreven in een door de algemene ledenvergadering vast te stellen beginselverklaring.

2. De partij tracht dit doel onder meer te bereiken door:

a. het verspreiden van de libertarische beginselen en het vergroten van haar invloed op de landelijke, lokale en internationale politiek en op de maatschappij in het algemeen;

b. het voeren van politieke, maatschappelijke en culturele actie;

c. het bevorderen van de verkiezing van leden van de partij in de vertegenwoordigende en bestuurlijke lichamen;

d. het aangaan van banden met libertarische organisaties binnen en buiten Nederland, van nationale en van internationale aard.

 

Artikel 3 Huishoudelijk Reglement

1. De algemene ledenvergadering stelt reglementen (HR) vast. Het HR mag niet in strijd zijn met de
wet, of met de statuten van de partij.

2. Het HR wordt gewijzigd door een besluit van de algemene ledenvergadering, genomen met een gewone meerderheid van stemmen.

3. In gevallen waarin de statuten en het HR niet voorzien, alsmede in spoedeisende onvoorziene gevallen, is het landelijk bestuur bevoegd om naar eigen inzicht te handelen, onverminderd zijn verantwoordelijkheid tegenover de algemene ledenvergadering.

 

Artikel 4 Afdelingen

1. Leden van de partij kunnen op lokaal en regionaal niveau afdelingen oprichten.

2. Het hoogste orgaan van de afdeling is de afdelingsvergadering, welke een afdelingsbestuur uithaar leden kiest.

3. Afdelingen vallen onder de rechtspersoonlijkheid van de partij.

4. Nadere regels ten aanzien van de afdelingen worden uitgewerkt in het HR.

 

Artikel 5 Leden, aspirantleden, ereleden en begunstigers

1. De partij kent leden, aspirantleden, ereleden en begunstigers.
Nadere regels ten aanzien van de inhoud van deze begrippen en de daaraan verbonden rechten en plichten worden uitgewerkt in het HR.

2. Natuurlijke personen waarvan redelijkerwijs mag worden verwacht dat zij de beginselen van de partij zijn toegedaan kunnen lid en aspirantlid worden. Natuurlijke personen en rechtspersonen kunnen begunstiger worden.

3. Door of namens enig bestuur worden geen mededelingen gedaan omtrent het lidmaatschap of begunstigen van de partij aan andere dan de bevoegde partijorganen.

4. Het landelijk bestuur beslist over de toelating van leden en aspirantleden. Nadere regels hieromtrent worden uitgewerkt in het HR.

5. De algemene ledenvergadering beslist over de benoeming tot erelid. Nadere regels hieromtrent worden uitgewerkt in het HR.

 

Artikel 6 Einde van het (ere-)lidmaatschap of aspirantlidmaatschap

1. Het lidmaatschap eindigt door:

a. de dood van het lid;

b. opzegging door het lid, welke schriftelijk dient te geschieden bij het landelijk bestuur van de partij;

c. opzegging door de partij, welke schriftelijk dient te geschieden door het landelijk bestuur; opzegging kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden te voldoen aan de statutair gestelde eisen voor het lidmaatschap, wanneer hij zijn financiële verplichtingen gedurende een in het HR bepaalde termijn niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de partij niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren; opzegging door de partij behoeft instemming van de ethische commissie in alle gevallen anders dan wanbetaling;

d. ontzetting, welke schriftelijk dient te geschieden door het landelijk bestuur; deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de wet, statuten, reglementen of besluiten der partij handelt of de partij op onredelijke wijze benadeelt; ontzetting uit het lidmaatschap behoeft instemming van de ethische commissie; nadere regels omtrent de ontzettingsprocedure worden uitwerkt in het HR.

2. Het aspirantlidmaatschap eindigt door:

a. alle rechtshandelingen op grond van het bepaalde in lid 1;

b. omzetting van het aspirantlidmaatschap naar lidmaatschap.

3. Het erelidmaatschap eindigt door een besluit van de algemene ledenvergadering, aangenomen
met een gewone meerderheid. Het erelidmaatschap vervalt tot lidmaatschap.

4. Onmiddellijke beëindiging van het (aspirant)lidmaatschap is mogelijk:
b. binnen dertig dagen nadat een besluit waarbij de rechten van de (aspirant)leden zijn beperkt of hun verplichtingen zijn verzwaard aan het lid bekend is geworden of is meegedeeld, in welk geval het besluit niet van toepassing zal zijn op het scheidende (aspirant)lid;
c. binnen dertig dagen nadat een besluit tot omzetting van de partij in een andere
rechtsvorm of tot fusie aan hem is meegedeeld.
5. Beëindiging van het (aspirant)lidmaatschap op grond van het bepaalde in lid 1 ontslaat het (aspirant)lid niet van de verplichting tot betaling van de contributie over de lopende periode.

Artikel 7 Lidmaatschapsbijdrage

Leden en aspirantleden betalen een periodieke lidmaatschapsbijdrage. Nadere regels omtrent deze bijdrage worden vastgesteld in het HR.

Artikel 8 Landelijk bestuur

1. Het landelijk bestuur is belast met het in algemene zin leiding geven aan de partij. Nadere regels omtrent het dagelijks functioneren van het landelijk bestuur worden uitgewerkt in het HR.
2. Benoeming en ontslag van de leden van het landelijk bestuur geschiedt door de algemene ledenvergadering. Nadere regels hieromtrent worden uitgewerkt in het HR.
3. Aan de penningmeester kan door het landelijk bestuur beperkte of algehele volmacht worden gegeven voorzover het de uitoefening van diens taak betreft.
4. Het landelijk bestuur vertegenwoordigt de partij in rechte. Nadere regels hieromtrent worden uitgewerkt in het HR.
5. Het landelijk bestuur is belast met het oprichten, beheren en opheffen van werkgroepen. Nadere regels hieromtrent worden uitgewerkt in het HR.

Artikel 9 Begroting, financieel jaarverslag en verantwoording

1. Regels omtrent het verenigingsjaar en boekjaar worden uitgewerkt in het HR.
2. Het landelijk bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de partij zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
3. Het landelijk bestuur legt uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar een door alle bestuurders ondertekend verslag ter goedkeuring voor aan de algemene ledenvergadering, met in ieder geval een financieel jaarverslag, balans, winst-en verliesrekening en een advies van de kascontrolecommissie. De algemene ledenvergadering kan deze termijn verlengen.
4. Het landelijk bestuur is slechts bevoegd tot het doen van uitgaven op basis van een door de
algemene ledenvergadering vooraf afgegeven mandaat.

Artikel 10 Algemene ledenvergadering

1. De algemene ledenvergadering komt tenminste eens per jaar bijeen, of zo vaak als in het HR is geregeld, of zo vaak als het landelijk bestuur dit wenselijk oordeelt. Aan haar komen alle bevoegdheden toe die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen. De ledenvergadering kan slechts besluiten nemen over onderwerpen die opgenomen zijn in de aan de leden gezonden stukken. Nadere regels omtrent ledenvergaderingen worden uitgewerkt in het HR.
2. De algemene ledenvergaderingen en spoedledenvergaderingen worden bijeengeroepen door het
landelijk bestuur, of op verzoek van leden. Nadere regels hieromtrent worden uitgewerkt in het HR.
3. Digitale ledenvergaderingen worden bijeengeroepen door het landelijk bestuur, of op verzoek van leden. Nadere regels hieromtrent worden uitgewerkt in het HR.
4. De algemene ledenvergadering is bevoegd tot het oprichten, beheren en opheffen van ledencommissies. Nadere regels hieromtrent worden uitgewerkt in het HR.

Artikel 11 Ethische commissie

1. De algemene ledenvergadering benoemt eens in de twee jaren uit zes leden, voorgedragen door het landelijk bestuur, een ethische commissie bestaande uit drie personen, die geen deel mogen uitmaken van het landelijk bestuur. De ethische commissie observeert de koers van de partij en van het landelijk bestuur, specifiek in het licht van de libertarische beginselen, en brengt aan de algemene ledenvergadering verslag van haar bevindingen uit.
2. De ethische commissie adviseert het landelijk bestuur naar eigen inzicht, op enig moment en aangaande enige kwestie.
3. Voorts is de ethische commissie bevoegd om bindend advies uit te brengen in de gevallen die per de statuten aan het oordeel van de commissie worden toevertrouwd.
4. Een lid van de ethische commissie mag twee achtereenvolgende verenigingsjaren deze functie bekleden, en zal de daaropvolgende twee verenigingsjaren zijn uitgesloten van deze functie.
5. Nadere regels omtrent de ethische commissie worden uitgewerkt in het HR.

Art. 12 Kandidaten, vertegenwoordigers en bestuurders

1. Het lidmaatschap van de partij is vereist om kandidaat te staan voor- en de partij te vertegenwoordigen in enig vertegenwoordigend of bestuurlijk lichaam.
2. Kandidaten voor vertegenwoordigende en bestuurlijke lichamen verklaren zich bereid deel te nemen aan een afdrachtregeling. Nadere regels hieromtrent worden uitgewerkt in het HR.
3. Kandidaten voor vertegenwoordigende en bestuurlijke lichamen verklaren zich bereid deel te nemen aan een voorkeursstemregeling. Nadere regels hieromtrent worden uitgewerkt in het HR.
4. Nadere regels omtrent kandidaten, kandidatuur, lidmaatschapstermijnen bij kandidaatstellingen,
vertegenwoordigers en bestuurders worden uitgewerkt in het HR.

Artikel 13 Statutenwijziging

1. Wijzigingsvoorstellen van de statuten worden ten minste veertien dagen voor de algemene ledenvergadering aan de leden gestuurd.
2. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee derden van de geldig uitgebrachte stemmen. Besluiten tot statutenwijziging zijn uitgezonderd van digitale besluitvorming.
3. Een statutenwijziging treedt in werking nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

Artikel 14 Ontbinding

1. De partij kan worden ontbonden door een besluit van een algemene ledenvergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar ontbinding van de partij zal worden voorgesteld.
2. Een besluit tot ontbinding behoeft tenminste twee derden van de geldig uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarbij tenminste twee derden van de leden van de partij aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
3. Tenzij de algemene ledenvergadering anders besluit, geschiedt de vereffening door het bestuur.
4. Aan het batig saldo na vereffening dient een bestemming te worden gegeven die het doel van de partij zo dicht mogelijk benadert. Deze bestemming kan alleen een rechtspersoon zijn.
5. De partij houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar, dan wel aan de vereffenaars bekende baten meer
aanwezig zijn. De vereffenaars doen hiervan opgaaf aan de registers waar de partij is ingeschreven