Foto: Edward Lich – Pixabay


Noot van de redactie:
Longread. Het volgende artikel is een repliek van Rik Kleinsmit op de reactie op zijn eerste stuk door Hugo Vaassen en Paul Schreurs in het vorige nummer van Libertair Perspectief met de titel “Is natuurrecht maar een mening?”. Toen Robert Valentine onlangs in een podcast Libertariërs schalks typeerde als een club van wat “belezen” mensen, sloeg hij de spijker op zijn kop. Omdat we een beginselpartij zijn worden beginseldiscussies uitvoerig en soms zeer diep gevoerd. En daarvoor biedt Libertair Perspectief een platform. De waarneming hoe een ander over iets denkt scherpt je eigen zinnen. Leve de pluriformiteit, leve het individu!


Door Rik Kleinsmit 

Toen ik “Ik, libertariër zonder natuurrechten” schreef, wist ik al dat Hugo zou reageren. Mooi om te lezen dat Paul zich mijn stuk ook heeft aangetrokken. Waar ik niet op gerekend had, was een dogmatisch antwoord. Dat betaamt een libertariër niet. (Ik zal Paul en Hugo hierna aanduiden als “de schrijvers”.)

Het eerste deel van hun reactie staat vol met onjuiste aannames en stroman-redeneringen, die ik zo allemaal zal behandelen. Aan de hand van die onjuiste aannames zal ik een poging doen om op een andere manier uit te leggen wat ik bedoel. Maar het is niet het eerste deel van hun reactie dat mij heeft doen besluiten om te reageren. Ik werd met name geraakt door het tweede deel, waarin ik word uitgemaakt voor socialist. Libertariërs weten heel goed dat je dat als libertariërs onder elkaar niet doet. Dat is een volstrekte dooddoener.

Ik was blij om te vernemen, zowel van Libertair Perspectief als van Vrijspreker, dat ze mijn repliek graag zouden plaatsen, omdat ze beide de discussie over natuurrechten een belangrijke vinden. Ik ben dat met ze eens. Juist daarom moet deze discussie zorgvuldig gevoerd worden en volstaat het niet om zaken aan te nemen die niet zijn geschreven. Hieronder daarom mijn repliek.

Inleidend

Ik beoog niet om het fundament onder het natuurrecht weg te trekken. Er is geen sprake van “het” fundament van “het” natuurrecht. Natuurrecht, als vermeend van nature gegeven, kwam voor bij de Grieken (Aristoteles en de Stoïcijnen), de Romeinen, Thomas van Aquino (Middeleeuwen) en meerdere 17e- en 18e-eeuwse rechtsfilosofen. Ik neem aan dat bedoeld wordt dat de schrijvers de gedachte aanhangen dat de rechten die door John Locke tot de natuurrechten gerekend worden (het recht op leven, het recht op vrijheid en het recht op eigendom) van nature gegeven zijn. Of de schrijvers bedoelen – zoals Locke – dat deze rechten door God gegeven zijn, wordt mij niet duidelijk.

Dat lijkt mij eerlijk gezegd onwaarschijnlijk. Ik ken beide heren niet als godvrezend. Wat heb ik dan wel beoogd? Ik heb beoogd om een alternatief te bieden voor de “view from nowhere” (1) / deus ex machina van het je beroepen op “de natuur” of “God” als ultieme argumentatie voor je streven naar en willen beschermen van leven, vrijheid en eigendom. Een dergelijke argumentatie komt op mij evenzeer als een gelegenheidsargument over als het beroep op het “sociaal contract” en het “algemeen belang” waar door Tweede Kamerleden met regelmaat over gesproken wordt. Het riekt naar natuurrechten-fundamentalisme.

Om het simpel te zeggen: het klinkt als “Ik vind dit en om dit kracht bij te zetten, zeg ik dat “de natuur” en/of “God” de legitimatie is voor wat ik vind.” John Locke geloofde in God. Voor hem was dat een realiteit. Maar dit kan in het hedendaagse libertarisme in mijn beleving niet de legitimatie zijn van het streven naar en willen beschermen van leven, vrijheid en eigendom. Als je uitgaat van het individu als soeverein (wat het Libertaire Sociaal Contract bijvoorbeeld doet), dan is het het individu dat voor zichzelf besluit welke waarden het aanhangt. En niet “de natuur” of “God”.

Potje postuleren

In “Is natuurrecht maar een mening?” beginnen de schrijvers vervolgens aan een rijtje postulaten (2) waar je u tegen zegt. Ik zet ze hier even voor u op een rijtje, inclusief mijn reactie op de postulaten.

Ik ben zowel mijn gedachten als mijn lichaam

Dit is niet dé definitie van wat een mens is. “Cogito Ergo Sum” (ik denk dus ik ben) is hoe Descartes de mens definieerde. “Ik ben mijn lichaam” vraagt om nadere specificering. Het is absoluut zo dat de gedachten van een subject dat subject uniek maken.

Ik ben de eigenaar van mijn lichaam

Dit is een persoonlijke overtuiging van de schrijvers. Dit is niet een algemeen geldend principe. Er zijn genoeg mensen die geloven dat God de eigenaar van hun lichaam is, dat ze als dividu bestaan bij gratie van de groep (dit is in veel Oost-aziatische landen lange tijd het geval geweest), of dat niets of niemand eigenaar is van wat dan ook (bijvoorbeeld omdat alles onderdeel is van een grote natuurlijke kringloop).

Voordat ik hier nu weer de reactie op krijg dat ik socialist ben als ik dit soort dingen zeg: schrijven dat de wereld uit meer bestaat dan alleen je eigen overtuigingen betekent niet dat je die overtuigingen zelf ook aanhangt. De enthousiaste als-dan gevolgtrekking die volgt op dit postulaat: dus ben ik eigenaar van mijn arbeid en: dus ben ik eigenaar van de vruchten van mijn arbeid is een non sequitur (3). Evenmin als de waarde van een product bepaald wordt door de hoeveelheid arbeid die erin gestopt wordt.

Natuurrecht wordt door het gebruik van de rede als natuurwet ontdekt.

Hier vindt in mijn beleving een mystificatie van het proces plaats. Natuurlijk is het niet zo dat natuurrechten worden ontdekt. Ze zijn bedacht. Door mensen. In de wetenschap wordt een term als “natuurrecht” aangeduid als een theoretisch abstractum. Oftewel: niet waarneembaar als concreet object (en dus abstract) en ook niet als categorie herkenbaar (en dus theoretisch). Je kunt natuurrechten niet aanwijzen en ze zijn geen verzameling van aanwijsbare objecten of verschijnselen.

Natuurrechten worden alleen gedefinieerd aan de hand van verbanden tussen woorden. NIet aan de hand van waarneembare verbanden tussen objecten. In die zin zijn ze dus wezenlijk anders dan natuurwetten. En met wezenlijk bedoel ik hier niet dat ze heel erg anders zijn (dat zijn ze ook). Ik bedoel ermee dat het wezen, de aard, de essentie van natuurrechten anders is dan van natuurwetten. Natuurwetten gaan namelijk wel over concreet waarneembare verschijnselen.

Wat zijn natuurrechten dan wel? Het zijn leefregels. Leefregels die ik ook met volle overtuiging aanhang. Maar waarvan ik niet de pretentie heb dat als ik ze maar goed genoeg uitleg, iedereen ze in de fysieke werkelijkheid kan waarnemen. Natuurlijk is het zo dat er fysieke individuen bestaan. En natuurlijk brengen die fysieke individuen producten voort. Maar de vermeende rechten die daaruit voortvloeien zijn helemaal niet overduidelijk waarneembaar.

Je kunt alleen aan mensen vragen of ze vinden dat ze die rechten hebben. En of ze vinden dat andere mensen die rechten hebben. En het antwoord op beide vragen is bij lange na niet in 100% van de gevallen “Ja”. Dat is bij natuurwetten wel het geval: als A gebeurt, gebeurt er altijd B. Voordat hier weer op genuanceerd wordt: mutatis mutandis (4).

Subjectivisme is een drogreden

Subjectivisme is geen drogreden. Het is een epistemologische (5) positie. Natuurlijk volgt uit “ik vind dit” niet “dus is dit zo in algemene zin”. Dat heb ik dus ook niet gesteld. Wat ik gesteld heb is dat ik dezelfde waarden aanhang als degenen die die waarden natuurrechten noemen, maar dat ik niet net doe alsof die waarden van nature of door God gegeven zijn.

Ik stel dat ik die waarden heb aangeleerd, door enculturatie / socialisering. En dat ze daardoor onderdeel zijn geworden van de cognitieve schema’s in mijn hoofd. Ik wil daar bij deze aan toevoegen dat waarden door verschillende individuen aangehangen kunnen worden en dat dat meestal gebeurt doordat ze met elkaar interacteren, met elkaar over die waarden communiceren en vervolgens de kern(en) van die waarden met elkaar definiëren.

Oftewel: culturele waarden komen intersubjectief tot stand. Dat betekent overigens niet dat individuen vervolgens geen eigen connotaties meer hebben naast die kerndefinities.

Hij fundeert het libertarisme en daarmee het begrip ‘vrijheid’ in een subjectieve gevoelservaring waarop hij vervolgens zijn subjectieve mening baseert. Echter, deze drogreden: ‘beroep op emotie (argumentum ad passiones)’ ontwijkt het redelijk logisch argumenteren en dat leidt tot onwaarheden.

Ik fundeer het libertarisme nergens in. Het libertarisme is in mijn beleving een politiek-filosofische stroming, die wordt gedefinieerd door alle mensen die zichzelf libertariër noemen. Dit leidt uiteraard tot een diffuus pallet aan definities. Waarvan akte …

Ik baseer mijn mening (subjectieve mening is een pleonasme) niet op libertarisme. MIjn overtuigingen over hoe mensen met elkaars lichaam en eigendom horen om te gaan waren er al. Vervolgens heb ik ontdekt dat die overtuigingen overeenstemmen met die van het voluntarisme. De oorzaak-gevolg-relatie ligt dus andersom (6).

Overigens is het zo dat er binnen het libertarisme vele stromingen zijn, die er allemaal hun eigen specifieke set van overtuigingen op nahouden. Al die overtuigingen behoren tot het libertarisme. Ik doe geen beroep op de emotie. Een beroep op de emotie (in de zin die bedoeld wordt in de definitie van deze drogreden) zou het zijn als ik vind dat mijn subjectieve redenen om het libertarisme aan te hangen er logischerwijs toe zouden moeten leiden dat de lezers het libertarisme ook moeten aanhangen. Dat vind ik helemaal niet. Ik hoop van harte dat de lezers soeverein genoeg zijn om zelf uit te maken wat ze vinden.

De auteur degradeert vrijheid, libertarisme en natuurrecht tot subjectieve meningen, die voor discussie vatbaar zijn en waaruit ieder diens eigen waarheid mag afleiden.
Vrijheid, libertarisme en natuurrecht worden aantoonbaar op verschillende (subjectieve) manieren gedefinieerd. Dat zie ik op geen enkele manier als een degradatie. Wel zie ik het willen terugbrengen van die veelheid aan definities tot één canonieke definitie als reductionisme (7). Natuurlijk mag iedereen zijn eigen waarheid afleiden uit subjectieve definities. Ik zie de mens als vrij individu.

De verschillende meningen lijken gelijkwaardig, maar in de praktijk zal de meest gewelddadige tiran zijn mening als “recht” aan anderen opleggen. Oftewel, subjectivisme leidt tot relativisme, dat leidt tot onware gedachten, die leiden tot onvrijheid.”

Een veelheid aan definities / persoonlijke waarheden willen terugbrengen tot één canonieke definitie zie ik juist als het ketenen van de geest van het vrije individu. Oftewel: ik beschouw de definitie van natuurrechten als gepresenteerd door de schrijvers (en vele anderen voor hen) als beklemmend. Die definitie stelt dat iedereen het met hen eens moet zijn, omdat de natuurrechten immers als natuurwetten ontdekt kunnen worden. Dat is niet alleen stichtelijk. Dat is ronduit fundamentalistisch. Het is een stelling die niet gefalsificeerd kan worden en daarmee onwetenschappelijk is. Het doet me denken aan Russells theepot.

De auteur denkt dat hij een agressor ¨op andere gedachten kan brengen¨ als de agressor hem en zijn eigendommen fysiek geweld wil aandoen.

Hier combineren de heren twee zinnen uit mijn stuk, waardoor de inhoud van mijn tekst verloren gaat. De oorspronkelijke tekst is: “Ik geloof dat ik dat veilige gevoel alleen kan krijgen als ik mij ervoor inzet om mensen die van plan zijn om mij of mijn eigendommen fysiek geweld aan te doen op andere gedachten te brengen. En ik vind dat ik het recht heb om mijzelf te verdedigen als iemand mij of mijn eigendom fysiek geweld aan wil doen.” Hiermee geef ik mijn levensovertuiging aan. Niet mijn concrete handelwijze als een agressor mij mijn eigendom wil afnemen of mijn lichaam geweld wil aandoen.

Zoals ik al schrijf: dan vind ik dat ik het recht heb om mijzelf te verdedigen. Ik voeg daar graag nog aan toe dat ik dat liefst proportioneel doe. Maar als dat, bijvoorbeeld uit noodweer, niet proportioneel uitpakt, dan is dat wat het is. De hele redenering die volgt uit de onjuiste eerste aanname van de schrijvers laat ik graag voor rekening van de schrijvers. Misschien aardig om de volgende keer wat accurater te lezen, voordat men losbarst in een bandeloze fulminatie.

Een krachtig gevoel van vrijheid

Door vrijheid te relativeren tot een gevoelszaak wordt het libertarische gedachtegoed schade aangedaan.”

Ik zet het begrip vrijheid juist kracht bij. Vrijheid binnen het libertarisme is individuele vrijheid. Als het streven naar vrijheid in het gevoel / de emotie geworteld is, is het des te krachtiger. Ik merk overigens op dat de schrijvers bijzonder emotioneel lijken te reageren voor mensen die beweren vrijheid zuiver rationeel te definiëren. Met relativeren wordt hier in mijn beleving bagatelliseren bedoeld. Ik zie gevoelszaken op geen enkele manier als een bagatel. Ze zijn de basis van het menselijk handelen. Als mijn stuk bij de schrijvers geen gevoel had opgeroepen, hadden ze er niet op gereageerd. Evenmin had ik anders mijn eerste stuk geschreven.

De denkwijze van de auteur staat haaks op de liberale en libertarische traditie, maar past naadloos in de conservatieve, confessionele en socialistische tradities. Wie de denkwijze van de auteur volgt zal uiteindelijk uitkomen bij onvrijheid, onderdrukking en slavernij. Het tegengif hiertegen bestaat uit het via logisch redeneren (her)ontdekken van het van nature gegeven natuurrecht.”

Dit is werkelijk een gotspe. Vrijdenken is bij uitstek een libertarische exercitie. Als er niet meer vrijuit gedacht en gedebatteerd kan worden, is het libertarisme dood / gereduceerd tot conservatisme. Mijn denkwijze categoriseren is een manier om die denkwijze in een hoekje te drukken en er niet meer over na te hoeven denken. Zeer waarschijnlijk omdat de denkwijze van de schrijvers niet overeenstemt met die van mij. Ik stel nergens dat iemand mijn denkwijze moet volgen. Maar stel dat iemand dat doet, dan acht ik de kans bijzonder groot dat die persoon dichter bij zijn gevoel komt en het libertarisch vuur in zich zal voelen ontbranden. Persoonlijk gevoelde overtuigingen leiden juist tot een bijzonder krachtige basis voor het uitdragen van libertarische waarden. Op een veel krachtiger manier dan logische redeneringen ooit voor elkaar kunnen krijgen. Er is dus ook geen tegengif tegen nodig. Het kan wel zijn dat het verslavend werkt.

Voetnoten:
1 Zie Nagel, T. (1986). The View from Nowhere. Oxford University Press.
2 Een postulaat is een niet bewezen bewering die tot grondslag dient voor het bewijs van andere
beweringen of stellingen
3 Non sequitur betekent letterlijk “het volgt er niet uit.” Het is een van de klassieke drogredenen.
4 Mutatis mutandis betekent letterlijk “nadat veranderd is wat veranderd moest worden.”
5 Epistemologie is de tak van de filosofie die onderzoekt hoe mensen tot kennis komen.
6 Omdraaien van oorzaak en gevolg is overigens ook een drogreden
7 Reductionisme is de handeling van het terugbrengen van complexiteit tot eenvoud. Dat er in die
filtering het nodige aan rijkdom verloren gaat, moge duidelijk zijn.