Henk Kamp en het protectionisme van de VVD

Henk Kamp, VVD-minister van economische zaken, is de laatste weken druk bezig geweest met zijn voorstel om buitenlandse vijandige overnames te blokkeren. De overnamepogingen van PPG betreffende AkzoNobel zijn hierbij het meest actueel. Kamp’s argument is dat wij ‘met z’n allen’ moeten willen dat Nederlandse bedrijven in Nederlandse handen blijven. Een soort Netherlands first dus. Maar is dit eigenlijk wel zo’n goed idee? In dit artikel wordt uitgelegd waarom dat niet zo is.

Ten eerste moet opgemerkt worden dat de hele terminologie die de toon voert al een verkeerd beeld vormt van overnames. Er wordt gesproken over vijandige overnames door roofkapitaal, predators en white knights; dit schept het beeld van een horde barbaren die over de horizon marcheert met de bedoeling om een onschuldig dorpje leeg te roven en plat te branden. Niets is minder waar. Een overnamebod is niets minder dan een uitnodiging van een bepaald bedrijf of individu aan de aandeelhouders om hun aandelen te verkopen, waar ze wel of niet op in kunnen gaan. Volstrekt vrijwillig dus, en dus in geen enkele manier het verhaal van goed en kwaad zoals het gebruikelijk wordt verteld.

Vriendjespolitiek

Maar laten we de positie van de aandeelhouders eens wat beter bekijken. Bij aandeelhouders wordt vaak gedacht aan dikke mannetjes in hoge hoeden die alleen maar geld uit het bedrijf halen en niks toevoegen. Ook dit is een ongenuanceerd beeld. Aandeelhouders zijn individuen, fondsen en andere bedrijven die hun eigen geld op het spel hebben gezet met de hoop om ooit rendement op deze investeringen te krijgen. Een aandeel kopen is dan ook een van de meer riskante manieren om te investeren; als hun inschatting van de positie van het bedrijf verkeerd uitpakt en het bedrijf ten onder gaat, krijgen negen van de tien keer de schuldeisers, waarvan de belastingdienst voorrang heeft, de opbrengsten van het faillissement en de aandeelhouders niets. Concluderend: nemen de aandeelhouders bijna alle risico’s en stellen het gebruik van hun middelen uit in de hoop er iets moois mee te maken in de toekomst. In ruil voor die onzekerheid hebben ze recht op winst én het recht om de top van het bedrijf aan te stellen en te ontslaan.

De aandeelhouders besluiten uiteindelijk, direct of indirect, wie de leiding aan het bedrijf zal voeren. Als de meeste aandeelhouders blij zijn met de richting van het bedrijf zal een overnamebod weinig uitmaken, vijandig of niet. Als ze echter van oordeel zijn dat de directie geen goed gebruik maakt van hun geld zullen ze een overnamebod een stuk interessanter vinden! Met deze waarheid in het achterhoofd is het een stuk duidelijker waarom directie vaak zo tegen stribbelen bij een overname bod; ze willen hun salaris veiligstellen, ongeacht wat de aandeelhouders, de uiteindelijke eigenaars, van hun prestaties vinden! Het verweer dat een overnamebod niet goed zou zijn is dat vaak gewoon een rookgordijn voor hun eigenbelang. Het is dan ook uiteindelijk niet hun taak om dit vast te stellen: wie betaalt (de aandeelhouder) bepaalt. Een minister die kwakkelende bestuurders de hand boven het hoofd houdt is het soort vriendjespolitiek wat beslist niet goed is voor onze economie.

Patriotisme

Vervolgens het patriottische argument. Volgens Kamp e.a. moeten bedrijven persé in Nederlandse handen blijven, omdat dat goed zou zijn voor onze economie.  Maar dit argument snijdt uiteindelijk geen hout. Als men naar de Gamma gaat om een blik verf te kopen kijkt men naar de prijs, de kwaliteit, de eigenschappen van de verf etc. niet naar wie nou toevallig het blik bezit. Hetzelfde geldt voor bedrijven; de waarde van bedrijven ligt in de toegevoegde waarde die hun product aan de koper biedt, en niet in wiens handen dat bedrijf is. Zou Kamp anders ook willen betogen dat buitenlandse bedrijven die door Nederlandse zijn overgenomen opeens minder waard zijn geworden. Overnamepartijen hebben vaak juist de beste prikkel om het productieproces te verbeteren, omdat zij recent veel geld hebben geïnvesteerd die ze terug willen krijgen door middel van hogere omzet!

Samenvattend is er dus geen reden om de nationalistische en protectionistische retoriek van Kamp te volgen. Retoriek die al helemaal merkwaardig is om dat het van een VVD minister komt, de partij die zichzelf voor de verkiezingen profileert als een vrije markt partij, maar na de verkiezingen kennelijk topbestuurders wil bevoordelen. Bij de LP hebben we geen last van dit soort vreemde trekken. We staan voor  de vrije economie, en dus voor het recht van aandeelhouders om zelf te bepalen wat de beste koers voor hun vermogen is. Alleen zo krijgen we een economie die echt voor iedereen werkt, en niet alleen voor hen met politieke connecties.

Share Button

Werk met ons mee aan een beter Nederland

Evenementen

Kik hier voor de evenementen.